Met zijn warme stem, akoestische gitaar en verhalen over natuur, reizen en het leven wist Spring Creek Revival de jury van Denderklanken te overtuigen, en won hij de muziekwedstrijd van ‘Veel begint Bij Luisteren’ van vzw ‘t Uilekot. Achter die artiestennaam schuilt Jochen Keymeulen uit Aalst. Wij hadden een lang en relaxed gesprek over zijn muzikale parcours, inspiratie, de overwinning en de dromen die nog voor hem liggen.
Ruth: Proficiat met je overwinning! Voor wie Spring Creek Revival nog niet kent: wie is Jochen Keymeulen?
En omgekeerd brengt mijn muziek mij ook weer naar plaatsen waar ik anders nooit zou komen. Ik speel door heel Vlaanderen, op podia, wedstrijden en open mics. Omdat Spring Creek Revival een soloproject is, kan ik zelf bepalen hoeveel tijd ik erin steek.
Ruth: Die liefde voor natuur en reizen hoor je ook heel sterk terug in je nummers.
Jochen: Absoluut. De natuur is mijn grootste inspiratiebron. Ik ben letterlijk opgegroeid op campings. Mijn eerste kampeertrip was toen ik één jaar oud was. Daarna ben ik jarenlang actief geweest in de scouts, zelfs als groepsleider. En uiteraard ging de gitaar altijd mee op kamp.
Ruth: Hoe is jouw muzikale verhaal eigenlijk begonnen?
Jochen: Mijn eerste gitaar kreeg ik van mijn ouders voor mijn vormsel. Een rode Squier Stratocaster. Ik heb nooit muziekschool gevolgd en ik kan nog altijd geen noten lezen. Ik ben echt een kampvuurgitarist. Ik heb alles op mijn eigen tempo geleerd, eerst met enkele privélessen en later vooral via YouTube.
Vanaf mijn vijftiende speelde ik elke dag. Gitaar was een uitlaatklep waarin ik mezelf volledig kon verliezen. De eerste coverband waarin ik speelde noemde ‘Sinners Lane’, een veel te zware naam voor wie we waren. Daar was ik tweede gitarist. Ik zong toen ook helemaal nog niet. Ik dacht dat ik dat toen nog niet zo durfde, of er toch wat twijfels rond had, want ik heb dat eens op een repetitie geprobeerd, en toen zei de rest: gogh, misschien moeten we dat maar niet doen… , misschien moet jij maar gewoon gitaar blijven spelen (lacht).
Maar eigenlijk was dat wel wat ik voor ogen had. Als ik naar bands ging kijken dan was de frontman altijd diegene waar ik het meest naar opkeek. Daarna richtten we ‘Red Light Lucy’ op. Daar begon ik ook te zingen en eigen nummers te schrijven.
Ruth: Wanneer werd Spring Creek Revival geboren?
Jochen: Tijdens mijn studententijd in Gent. Ik had alleen een akoestische gitaar op kot en ben mezelf fingerpicking beginnen aanleren. Zo schoof ik vanzelf richting singer-songwriter.
Mijn eerste afgewerkte nummer, ‘Storyteller’, stuurde ik ooit naar een wedstrijd in Café De Loge in Gent. Ik won en mocht er meteen komen spelen... Dat was het eerste optreden onder de naam Spring Creek Revival.
Ruth: Weten ze op school dat mr. Keymeulen van het secretariaat muziek maakt.
Dat was begin vorig jaar, dus vorig jaar heb ik daardoor wel veel optredens gehad, en de zotste voorprogramma’s mogen doen. Voor Isabelle A en Dj Victor Verhulst onder andere. Het blijft dus gewoon leuk. En ik denk ook steeds: wat gaat er nu nog komen, kan er nu nog iets zotter komen?

Ruth: Wat betekent muziek vandaag voor jou?
Hun manier van schrijven, met beelden en metaforen, heeft mij enorm beïnvloed. Dat probeer ik zelf ook te doen. Ik wil niet letterlijk vertellen waar een nummer over gaat. Iedereen mag zijn eigen verhaal in mijn muziek herkennen.
Een Belgische artiest die een grote inspiratiebron was voor mij is The Boney King of Nowhere.
Ik zag die toevallig in CC DE Werf in Aalst. Toen zat ik wel nog in een rockband. Maar ik zag Bram Van Parijs spelen en ik dacht: whauw, zo met een akoestische gitaar op een podium staan, dat is wel leuk wat hij hier brengt! Je moet niet staan power akkoorden rammen om iets cool te brengen. Ik denk dat het uiteindelijk een samenraapsel van al die dingen is waardoor ik het over een nieuwe boeg ben beginnen gooien. En dan is het misschien ook wel toeval dat mijn stem zich daar beter toe leende. Ik heb niet de luidste stem, maar misschien wel een unieker stemgeluid.
Ruth: Waar haal je inspiratie voor je songs vandaan? Schrijf je vooral over persoonlijke ervaringen?
Jochen: Eigenlijk is alles autobiografisch. Soms veel, en soms weinig, maar er zit altijd wel iets in van wat ik heb meegemaakt. Al verzin ik er soms zelf wel dingen bij. Wat me wel opvalt is dat mijn laatste songs “gelukkiger” zijn ofzo, dan die allereerste.
Ruth: Misschien ligt dat ook aan het ouder worden he. Als jong volwassene komt alles maar op je af, er zijn zoveel verwachtingen, ook van jezelf
Jochen: Awel ja, en ik denk dat je ook veel dingen voor de eerste maal een plaats moet kunnen geven. Uiteindelijk heb je dan wel referentiepunten uit het verleden voor latere ervaringen, die je kunnen helpen. Ik heb ook wel gemerkt dat het veel makkelijker is om vanuit een hevige emotie te schrijven. Extreem ongelukkige of ook extreem gelukkige momenten, dat gaat veel makkelijker.
Ruth: Wat doe je wanneer de inspiratie even wegblijft?
Jochen: Ik lees heel graag. Er is altijd wel een boek, en dat vormt ook een inspiratiebron. Meestal ook wel omdat het reisverhalen zijn. Ik heb de kans om veel op reis te gaan en ik daag mezelf daar dan ook wel in uit. Het zijn geen strandvakanties. De gitaar gaat niet mee. Maar ik neem wel een dagboekje mee, en daar schrijf ik dan in. Niet perse songteksten, maar gewoon wat ik daar aan het ervaren ben, of wat ik belangrijk vind. Dus ik weet dat ik als ik thuiskom daarmee aan de slag kan gaan. Dus misschien: inspiratie zoeken is gewoon op reis gaan, of een reis herbeleven, aan de hand van die dagboekjes of foto’s of filmpjes
Maar ik denk dat als ik echt geen inspiratie heb er ook niets gebeurt. Ik ga mezelf niet pushen, omdat ik weet dat het zo niet werkt. Ik voel geen druk of geen moeten in het schrijven van een nummer. En zo komen we bij iets wat heel belangrijk is voor mij: moest het een verplichting zijn, het zou me waarschijnlijk niet meer interesseren. Dat is het juist: de songs komen vanzelf omdat ze mogen komen, niet omdat ze moeten komen.
Ruth: Je won Denderklanken. Heb je lang getwijfeld om deel te nemen?
Het doel voor mij is niet persé die volgende ronde maar wel: je hebt nog eens een extra optreden, je komt nog eens op een andere plaats, je leert nog eens nieuwe mensen kennen, nieuwe muziek.
Ruth: Eigenlijk ben jij een beetje een moderne troubadour. Reizen, plaatsen ontdekken, overal naartoe gaan is echt de rode draad doorheen je verhaal.
Jochen: Ja, ik denk dat mij dat uit een sleur haalt. Allez, niet dat ik persé in een sleur zit, maar bv: vorig weekend heb ik in Moere gespeeld. Niemand hier weet waar Moere ligt. Dat is een deelgemeente van Gistel. Ik kende Moere niet, en ik kende Gistel ook niet. Ik wil maar zeggen, niemand belt ooit op een zaterdagavond zijn vrienden op en zegt: “kom, we rijden eens naar Moere en gaan daar in een jeugdhuis iets drinken”! Op die manier brengt mijn muziek me op toevalligheden en maak ik veel meer dingen mee. Er is ook een stamcafé in mijn leven hoor, en het is leuk om met vrienden naar plaatsen te gaan die je kent. Maar het is ook leuk om nieuwe plaatsen te leren kennen, nieuwe ervaringen op te doen.
Ruth: We zijn afgedwaald, letterlijk (gelach) we waren eigenlijk over de wedstrijd bezig
Jochen: Juist! Ik kende niet elke groep, maar ik wist bv wel dat Lottie meedeed. En zij is heel goed, dus ik wist dat het spannend zou worden.
En dan de avond zelf in Zottegem, bij Pasta & Blues. Gasmm is een band die ik eigenlijk goed ken. Dat zijn ook Aalstenaars. Met de zanger, Siemen, heb ik op kot gezeten. Het zou ook nergens voorvallen dat een band als Gasmm (Shoegaze-grunge-rock)en ik als singer- songwriter samen zouden spelen op hetzelfde podium.
Ruth: Dat was initieel niet de bedoeling, normaal gezien stonden alle singer-songwriters op dezelfde avond geprogrammeerd, maar omdat de datum niet lukte voor iedereen werd jij daar op de een of andere manier tussen de ‘zwaar mannen’ gekatapulteerd… (gelach)
Jochen: Ja, maar dat was ook wel leuk. Ik ken die mannen, ik kom ze tegen op café in Aalst. Dat zijn eigenlijk vrienden. Dus dat was heel gemoedelijk. Ik denk dat mensen die meedoen aan wedstrijden om te winnen alleen maar ontgoocheld kunnen zijn. Mijn insteek is: ik heb niets te verliezen.

Ruth: Wat hoop je dat mensen voelen wanneer ze naar jouw muziek luisteren?
Jochen: Ik hoop dat ze even kunnen wegdromen. Dat ze zin krijgen om naar buiten te gaan, om op reis te vertrekken of gewoon even stil te staan bij een herinnering.
Dat is volgens mij meer de boodschap dan dat ik iets maatschappijkritisch wil meegeven. Ik maak eigenlijk de muziek waar ik zelf graag naar luister.
Ruth: Vertel eens iets over jezelf dat bijna niemand weet.
Jochen: We zijn op zoek naar rare dingen he nu? Ik heb wel een paar rare dingen hoor, da’s geen probleem (lacht).
Eentje waar mijn vrienden maar niet kunnen aan wennen: Ik eet spaghetti... apart. Dus de pasta en de saus mogen elkaar niet raken. Ik weet dat dat niet ontploft als dat samenkomt, maar toch hou ik het gescheiden. Ik krijg daarover ook altijd dezelfde vragen, bv: hoe eet je dat dan op restaurant? Awel: NIET. Ik eet dan iets anders, want ik weet dat je dat daar gemengd krijgt.
Waar doe je je kaas dan op? Da’s nog zo een vraag. “Ik doe er geen kaas op” is dan steevast het antwoord.
En de derde vraag is dan meestal: doe je dat met lasagne ook. Maar neen, dat is niet het geval, dat eet ik gewoon.
Ik lust echt alles, en ik heb ook al geprobeerd om slierten en saus samen te eten, maar ik vind het gewoon lekkerder apart. Ik zeg altijd: het is niet omdat je graag wortelen eet en graag aardappelen eet dat het constant wortelstoemp moet zijn… je kan dat ook apart eten.
En nog eentje: in 2024 werd ik vierde op het Belgisch Kampioenschap “Carcassonne”, een gezelschapsspel, dat er uit bestaat dat je steden en wegen bouwt met tegels die je elk om beurt legt.
Ruth: Tot slot: waar droom je als artiest nog van?
Muziek is voor mij reizen. En reizen is inspiratie voor nieuwe muziek.