Overslaan naar inhoud

In gesprek met Dominique Willaert – Geloof in je eigen verhaal!

Wat bracht Dominique Willaert ertoe om zijn boek “Niet alles, maar veel begint bij luisteren” te schrijven? De aanleiding lag verrassend concreet. Na een eerdere, eerder theoretische publicatie over toenemende woede en maatschappelijk onbehagen in zijn boek ‘Dansen op een ziedende vulkaan”, werd hij uitgenodigd door een opbouwwerkster uit de Denderstreek om dat onbehagen ook in de praktijk te komen ervaren. Die ontmoeting vormde het startpunt van maandenlange gesprekken met bewoners, vaak mensen die zich niet gehoord voelen en zich door de politiek in de steek gelaten ervaren.

Ruth Souffriau: Wat bracht jou ertoe om een boek als “Niet alles, maar veel begint bij luisteren” te schrijven? Was er een directe aanleiding, iets wat je opviel, waardoor je dacht: dit moet ik aankaarten?

Dominique Willaert: Hilde Verschaeve van SAAMO, een opbouwwerkster die in Denderleeuw actief was, zette mij op dat spoor. Ik ging op haar uitnodiging in en sprak met 3 opbouwwerkers in Denderleeuw. Twee dingen vielen op. Ten eerste: de schrik van de traditionele partijen voor de hyena’s in maatpak, zo noem ik de Vlaams Belangers. En als tweede: heel veel mensen die zich in de steek gelaten voelen door de hogere overheden. Ik heb dan vrij snel intuïtief beslist om naar de Denderstreek te gaan en dan vooral om te luisteren naar mensen die op Vlaams Belang stemden of zouden stemmen.

RS: Wat is een opbouwwerker?

DW: Opbouwwerkers zijn heel actief in kwetsbare wijken. Ze brengen heel verschillende bevolkingsgroepen met mekaar in contact en proberen de sociale cohesie te versterken. Ze hanteren ook een rechtenbenadering. Ze informeren de mensen over welke rechten ze hebben en slaan zo een brug tussen de burger en het lokaal bestuur.

RS: In jouw boek wordt er geluisterd naar de gewone mens, de werkmens, de bejaarde, de allochtoon. Worden deze stemmen te vaak genegeerd?

DW: Een opvallende vaststelling zowel op mijn tocht door de Denderstreek als in Amerika was hoe graag mensen op verhaal komen. Ik heb de pech dat ik zo’n typisch links hoofd heb. Ik dacht dat er veel Vlaams Belang-kiezers zouden zeggen: met u wil ik niet babbelen. Maar niets was minder waar.

Wat is wel heel belangrijk: mijn eerste gesprek was op een koffieterras in Ninove, met 6 mannen. En zet 3 of meer mannen samen, en ze geven show! Ge krijgt theater! Ik dacht: als ik diepe dingen wil te weten komen is een één op één gesprek veel interessanter. Dan pas kom je terecht in die diepere laagjes.

Eén van die dingen was dat de lokale politici niet meer zichtbaar zijn. Vroeger gingen die bv heel vaak naar kermissen, naar bruiloften, naar een wielerwedstrijd… Ze waren  aanspreekbaarder ook, omdat ze zitdagen organiseerden. Herman de Croo heeft dat zijn leven lang gedaan en Guy D’Haeseleer doet dat nu ook. Frank Beke en Daniël Termont gingen lang elke zaterdag door hun stad Gent. Ze kozen dan een wijk, belden aan, en vroegen hoe het ging. Ze schreven alles op maar deden geen beloftes,. in tegenstelling tot Guy D’Haeseleer. Ze lieten wel hun ambtenaren van de bevoegde diensten uitzoeken wat er gedaan kon worden. Heel veel mensen nu hebben het gevoel dat naar de dingen waar zij mee zitten onvoldoende geluisterd wordt.

RS: Blijven politiekers te veel in een ivoren toren zitten momenteel?

DW: Daar wil ik geen populistisch antwoord op geven. Het is ook lastiger geworden momenteel hé. Ik denk dat besturen in vergelijking met vroeger een stuk technischer en een stuk complexer is. Ik wil daar voorzichtig in zijn. Maar dat is een grote uitdaging voor de politici van vandaag, om zowel lokaal, als regionaal als federaal een stuk aanwezig te zijn in de biotoop van de gewone mensen. Om te luisteren wat er leeft.  Niet alleen noden, maar ook dromen. De burger moet de politici niet alleen lastig vallen met klachten, zorgen, of noden. Je maakt deel uit van een democratie en je hebt ook dromen. Democratie is meer dan luisteren naar het gezaag van mensen. Democratie is ook dromen van welke straat welk dorp, welke stad willen we, en hoe kan ik daar zelf ook iets aan bijdragen. Dus ik pleit er voor om die balans op te maken.

RS: Dus we moeten luisteren naar de burger, maar we verwachten ook dat die daar zelf iets gaan doen?

DW: Dat wil de burger zelf! Ik heb heel veel spontane voorstellen gehoord. Probeer als politicus ook zicht te krijgen op de kennis en de expertise van mensen. Op de rijkdom van mensen.

RS: Wat als er gevoelige thema’s aangesneden worden? Hoe blijf je objectief? Hoe hou je je eigen mening hierbuiten?

DW: Je geraakt daaraan gewend. Plus als je basishouding bestaat uit luisteren, en je niet als doel hebt om iemand te bekeren, dan lukt dat. Ik ben ooit maar 1 keer uit mijn rol gevallen.

Wat helpt als mensen rare dingen beginnen te zeggen is doorvragen. Zodanig dat mensen door uw vragen zelf een stukje beginnen na te denken en misschien tot de conclusie komen dat wat ze aan het zeggen zijn toch wat overdreven is. En ook: proberen te weten te komen via welke kanalen het mens- en maatschappij beeld van mensen wordt gevormd. Je merkt bv dat ouderen die eenzaam zijn heel veel info halen van internet. Dat schrijf ik ook in mijn boek: hoe meer belichaamde relaties, hoe gezonder en sterker de democratie. Een heel klassiek voorbeeld: cafés zijn zeer belangrijk in een democratie omdat in een goed draaiend café drie generaties langskomen: jongeren, volwassenen en ouderen. Ze lachen ze zwanzen, ze delen hun bezorgdheden, ze maken ruzie, ze sluiten vriendschappen, ze troosten mekaar en ze zorgen ook voor mekaar. Dat gebeurt in vormen van belichaamde relaties. Op het moment dat je dat vervangt door internet krijg je totaal andere relaties. Eigenlijk zijn alle plekken met belichaamde relaties belangrijk voor de Democratie. Een kantoor van de ziekenkas, van de vakbond, een café, een ontmoetingscentrum. Vroeger de kerk. Ze kwamen buiten en gingen een pintje drinken daarna, of ze gingen kaarten. Dat waren belangrijke rituelen.

RS: Dan valt me op dat dit nu net de dingen zijn die zo achteruit gaan, die verdwijnen.

DW: Vandaar ook dat er een relatie is tussen de achteruitgang van de democratie en het verdwijnen van al die plekken.

RS: Ligt dat aan de tijdsgeest?

DW: Neen, dat heeft te maken met technologische evolutie en dat heeft ook te maken met de besparingslogica. Men saneert al die dingen weg. In het kader van het neoliberalisme, dat al 4 decennia een greep heeft op onze samenleving, zijn we in een soort efficiëntie-denken terechtgekomen. Dus alles wat niet opbrengt moet weg. Terwijl heel veel dingen die economisch niets opbrengen dat maatschappelijk wel doen! En dus heb je politici nodig die doorhebben dat economische welvaart uiteraard belangrijk is, maar dat maatschappelijk welzijn even belangrijk is. Mensen die zich goed- en thuis voelen in de wereld. En dat begint in je straat en in je dorp. Je thuis voelen in de wereld begint op lokaal niveau. Maar heel veel mensen voelen zich niet meer thuis.

RS: Ik heb persoonlijk heel veel moeite gehad om een stem te vinden bij andere culturen. Misschien is dat in de steden minder, maar hier in de Denderstreek liggen we echt nog ver uit mekaar. Welke eerste stappen kan een gemeenschap of vereniging zetten om die kloof te verkleinen?

DW: Dat heeft te maken met totaal andere referentiekaders, en het eerste wat we moeten doen is proberen zicht krijgen op wat zij hebben als referentiekader. Hoe organiseren zij zich? Dat is veel informeler in vergelijking met ons. Ik heb heel veel mensen van kleur ontmoet die hard moeten werken om het einde van de maand te halen, die in flexibele uurroosters zitten, die meervoudig gekwetst zijn. Ik ga nooit het verhaal vergeten van de poetsvrouw met wie ik samen de bus nam en die gek werd van de stress. Omdat het openbaar vervoer zo slecht georganiseerd is, en omdat zij als zwarte vrouw wist dat het cliché leeft: dat zwarte mensen altijd te laat komen. Terwijl er buslijnen werden afgeschaft door ziekte, tekort aan chauffeurs. Dat wordt nooit besproken in het Vlaams Parlement met Annick De Ridder! Er zijn nog andere verklaringen, bv het feit dat je ook in de allochtone gemeenschap te maken krijgt met individualisering. Ook mensen met een migratieachtergrond zijn vooral bezig met zichzelf te realiseren, te ontplooien. En dat is een logische sociologische evolutie. Er zijn dus meerdere verklaringen waarom de samenleving op het platteland een stuk meer gesegregeerd is dan in de steden. Daar ben je bijna verplicht om samen te leven, omdat je ook letterlijk elkaars buur bent.

RS: Hoe kunnen  lokale verenigingen, zoals bv  ’t Uilekot een cultuur van Luisteren creëren, versterken?

DW: Die kunnen daar een hele grote rol in spelen, en dat zit ook in laagjes. Het feit bv dat vzw ’t Uilekot een café heeft. Dat is eigenlijk de eerste laag, waarin mensen een glas komen drinken en eigenlijk al op verhaal komen aan de toog. Maar je kan dat ook uitbreiden. Je kan vindplaatsgericht gaan werken en in de gemeenschap activiteiten opzetten waar je kan voelen en horen waar mensen mee zitten. Lokale besturen zouden veel meer gebruik moeten maken van een sterkere band met het middenveld. Maar het jammere is dat er heel veel vanuit wantrouwen wordt gewerkt. We zouden eigenlijk de relatie tussen burger en overheid moeten kunnen omzetten in een vertrouwensvolle relatie, en ik denk dat luisteren daar een grote rol kan in spelen. Luisteren is eigenlijk iets heel circulair. Dat is geen eenrichtingsverkeer. Dat is niet de politicus die plat op zijn buik moet en moet gaan luisteren naar de burger, het is ook de andere richting. De lokale overheden krijgen steeds meer opdrachten op hun bord geserveerd terwijl ze minder middelen krijgen. De burger weet dat vaak niet.

RS: Wat hoop of verwacht jij dat het project ‘Veel Begint Bij Luisteren’ in de Denderstreek teweeg kan brengen?

DW: Heel veel verwachtingen die ik had zijn ingelost. Namelijk een paar mensen in de streek hebben mekaar gevonden. Je zou kunnen zeggen dat ik een stuk dramaturgie voor deze streek heb ontwikkeld. ‘Plattelands-dramaturgie’, om een theaterterm te gebruiken. Wat doet een goeie dramaturg: hij gaat aan de slag met materiaal wat er al is. Dus ik heb goed geluisterd, een aantal verbanden gecreëerd en andere mensen de kans geboden om de voorzet die ik gaf binnen te koppen. Mensen die al lang actief zijn in de streek. Dat gaat over Filip De Bodt, dat gaat over Luc Barbé, over Geert Vandamme, Joke Claessens, Hilde Verschaeve. Ik ben ook met heel veel bestuurders, ook nationale politici, gaan babbelen over mijn boek. En je merkt dat een paar inzichten in het boek hun wel raken.

RS:  Is er iets in de huidige wereldsituatie wat jou hoop geeft? De verkiezingen in Hongarije? Of gaat de wereld naar de haaien?

DW: Dat de wereld naar de haaien zou gaan komt doordat de media in de extreem rechtse val trappen en alleen maar het apocalyptische nieuws brengen. De zoveelste waanzinnige uitspraak van Trump gaat veel meer clicks opleveren dan Ruth Souffriau die iets vertelt over de liefde en inzet voor haar streek. En er is ook een groot probleem met wat wij allemaal doen: de links-democratische mensen staren ook als konijnen naar de lichtbak! We gaan veel meer reageren op het nieuws van extreem rechts dan onze eigen verhalen te brengen. Wij hebben veel meer eigen infrastructuur nodig: mediakanalen, kranten, tijdschriften, waarin wij onze eigen verhalen, onze ideeën verteld krijgen aan onze achterban. De strategie van extreem rechts? Zij willen niets liever dan dat mensen angstig worden! Omdat een deel dan nog gemakkelijker overstag gaat richting extreem rechts.

En dan hopen ze op een Messias, op iemand die het volk komt bevrijden.

Maar zie wat er in Hongarije is gebeurd met de verkiezingen! Wat bijna niet kon is toch gebeurd: Magyar wint met 2/3 meerderheid. Door een zeer slimme campagne te hebben gevoerd. En dan zie ik diezelfde linkse mensen weer reageren en zeggen: ja maar, Magyar is even rechts, hij is conservatief. Een puur links progressieve politicus had geen enkele schijn van kans gemaakt in Hongarije. Dat is een conservatief land. Omwille van zijn geschiedenis en ook omwille van zijn geografie.

Dat is iets wat mij diep ongelukkig maakt: het gebrek aan strategisch inzicht aan de linkerzijde.

Mensen moeten minder streven naar hun gelijk halen. Dus ik pleit fundamenteel voor nieuwsgierigheid als basishouding! Nooit stoppen met leren. Zet je eigen gelijk eventjes in de koelkast en leer van een ander zijn standpunt. Leg mij dat uit. Leg mij uit waarom die Magyar eigenlijk als enige kans maakte om die Orban van de troon te stoten. En waarom was en is dat het enige belangrijke: Orban moet weg.

RS: Is er nog iets waarvan je zegt dat zou ik nog graag zien gebeuren in dit project. Heb je nog een droom?

DW: Een droom die ik koester is dat we eigenlijk veel meer zouden moeten op zoek gaan naar de dingen die we delen. Ik noem dat: ons op slimmere manieren gaan organiseren. Een soort common creëren in de streek waarin mensen kennis en expertise delen. Proberen jonge mensen aan boord te krijgen. Dus ook luisteren naar jongeren. Op welk moment beslissen jongeren om al of niet aan boord te komen? Want wij hebben opvolgers nodig, en in het streven naar opvolgerschap moet je ook toelaten dat jonge mensen andere accenten gaan leggen. Omdat ze zich willen verhouden tot de tijd waarin zij leven. En niet alles moet op de schop, maar die mooie zin uit de internationale: sterft, gij oude vormen en gedachten…

Als je een goede voorouder wil zijn moet je ook een paar oude gedachten durven laten sterven.

RS: Is er iets wat je nog zou willen meegeven aan de leden van’t Uilekot en de lezers van dit Uilenbulletijn?

DW: Geloof in je eigen verhaal en breng dat veel meer tot uitdrukking! Ook dat is strategie van extreem rechts: ons alleen nog laten reageren op hen. Ik vind dat we veel meer tijd moeten vrijmaken om te zeggen: dit is de wereld waarin ik loop. En ‘practice what you preach’! Ik haal het meeste kracht uit mijn dagdagelijks werk. Elke dag krijg ik de kans om op een betekenisvolle manier om te gaan met andere mensen. En hen een stukje deelgenoot te kunnen maken van waarin ik geloof.

 

Jonathan Keto Muanza: muziek als leven